Internetprotocol (IP) vormt de basis van het internet. Elk apparaat op het internet heeft een nummer, een IP-adres. Aan de hand van deze adressen weten apparaten elkaar te vinden en kunnen ze met elkaar communiceren via het internet.
Om ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde afspraken gebruikt, is in 1981 het Internetprotocol versie 4 (IPv4) ontwikkeld. In dit protocol staat vastgelegd dat de lengte van een IP-adres 32 bits lang is. De beschikbare hoeveelheid adressen in deze versie is bijna op. Daarom is in 1999(!) Internetprotocol versie 6 (IPv6) ontworpen. De adressen in dit protocol hebben een lengte van 128 bits: per persoon zijn dat miljarden adressen. Het maakt dan ook dat er geen noodzaak meer is voor Network Address Translation (NAT), waarmee adressen op het internet en intern dezelfde worden. Zo zijn er nog een aantal voordelen ten opzichte van IPv4, waaronder op het gebied van beveiliging en efficiƫntie. De adaptatie van IPv6 ging echter, zeker in Nederland, vrij langzaam. Maar er wordt nu gewerkt aan een inhaalslag. Jouw internetprovider bepaalt of je websites, als deze dat ondersteunen, middels IPv4 of IPv6 (voorkeur) benadert: ze kunnen namelijk gewoon naast elkaar bestaan.