In xential|manager wordt op verschillende plekken content gemaakt en opgemaakt. Wanneer dezelfde stijl (bijvoorbeeld Kop 1) op meerdere plekken wordt gebruikt, bepaalt xential automatisch welke opmaak leidend is in het opgebouwde document. Dit artikel beschrijft de hiërarchie en de uitzonderingen daarop.


Locaties waar content wordt opgemaakt

Content kan op deze plekken handmatig of met gedefinieerde stijlen worden opgemaakt:

  • De inhoud van vraagtypen (selectievragen en groepen).
  • De inhoud van sjablonen.
  • De inhoud van bouwsteencomponenten.
  • De kop- en/of voetteksten van kop- en voettekstcomponenten.
  • Stijlen vastgelegd in de categorie Huisstijlen.


Welke opmaak is leidend?

Bij gebruik van dezelfde stijl op meerdere plekken geldt de volgende volgorde, van meest leidend naar minst leidend:

  1. Stijlopmaak vastgelegd in een huisstijl uit de categorie Huisstijlen.
  2. Content opgemaakt in de inhoud van een kop- en/of voettekst van een kop- en voettekstcomponent.
  3. Content opgemaakt in de inhoud van een sjabloon.
  4. Content opgemaakt in de inhoud van een selectievraag of groep, al dan niet verwerkt in bouwsteencomponenten.

Een hoger niveau is altijd leidend ten opzichte van de niveaus daaronder. Of een huisstijl of kop- en voettekstcomponent meedoet in de hiërarchie hangt af van of het sjabloon hieraan is gekoppeld.


Uitzonderingen op de regel

Twee situaties wijken af van de standaardhiërarchie:

  • Handmatige opmaakwijziging van de stijl Standaard blijft in alle combinaties behouden en is altijd leidend, ook ten opzichte van bovenliggende elementen.
  • Additionele stijlen die zijn toegepast op content in vraagtypen, componenten of sjablonen, en die niet bestaan op een hoger niveau, blijven behouden en zijn dan leidend. Deze stijl wordt in dat geval toegevoegd aan de stijlgalerij van het opgebouwde document.


Voorbeelden van conflicten en uitkomst

Wanneer dezelfde content op zowel sjabloonniveau als op vraag-/groep-/componentniveau wordt opgemaakt, ontstaat er een conflict. Hieronder enkele veelvoorkomende combinaties en welke opmaak in het opgebouwde document leidend is:

Scenario 1: additionele stijl op beide niveaus
Sjabloon gebruikt stijl A, vraag/groep/component gebruikt stijl B. Resultaat: stijl B is leidend (de inhoud van de vraag/groep/component overschrijft de sjabloonstijl).

Scenario 2: basisstijl in sjabloon, additionele stijl in vraag/groep/component
Sjabloon gebruikt Kop 1, vraag/groep/component gebruikt stijl B. Resultaat: stijl B is leidend.

Scenario 3: additionele stijl in sjabloon, basisstijl in vraag/groep/component
Sjabloon gebruikt stijl A, vraag/groep/component gebruikt Kop 1. Resultaat: de basisstijl Kop 1 is leidend voor de tekst die met die stijl is opgemaakt.

Scenario 4: handmatige opmaakwijziging in sjabloon, additionele stijl in vraag/groep/component
Sjabloon heeft handmatige opmaak op stijl Standaard (bv. rood), vraag/groep/component gebruikt stijl B. Resultaat: de handmatige opmaak (rood) is leidend.

Scenario 5: handmatige opmaak op beide niveaus
Sjabloon heeft handmatige opmaak op stijl Standaard (bv. rood), vraag/groep/component heeft handmatige opmaak op stijl Standaard (bv. blauw). Resultaat: de blauwe opmaak uit de vraag/groep/component is leidend voor die specifieke tekst.